Vandaag mag alles

___ vijftig scholen starten met aanleg Gezond Schoolplein - Jantje Beton

Daar zitten we dan aan een tafeltje bij het raam. Hij met een croissant en een chocomel, ik met een koffie, die ik goed kan gebruiken. Zijn veel te grote nieuwe jas hangt over zijn stoel.
We praten over de op ‘bliksem McQueen’ lijkende auto die we hebben gezien onderweg en kijken naar een vrouw met twee verschillende schoenen aan. Hij vertelt dat iedereen op school zijn arm stoer vond en dat hij lekker niet hoefde te gymmen.
Ik neem een slok van mijn koffie en met een ondeugende glimlach vraagt hij of hij een slokje mag proeven. Ik draai mijn hoofd om, zie dat er niemand naar ons kijkt en geef hem een slokje. Vandaag mag alles.

Het is kwart voor acht ’s morgens en vandaag mag (lees: Moet) hij voor het eerst naar school met zijn fluoriserende Superarm. Zelf blijft hij liever thuis met zijn arm verstopt onder een dekentje, want niemand mag zijn gips zien, zelfs Sinterklaas niet. Na een uur te beloven dat juf hem echt niet zal uitlachen en dat we vanmiddag samen naar de stad zullen gaan kan ik hem voorzichtig in zijn meest makkelijke kleding wurmen. Het is geen gezicht, maar als je maar een arm kunt gebruiken moet je voor gemak gaan. Gehaast ga ik op zoek naar sokken. Twee dezelfde het liefst, maar bij gebrek daaraan worden het een zwarte en een donkerblauwe. Ik doe ze gauw bij hem aan.
Zijn boterham met chocopasta ligt nog onaangebroken op zijn bord en snel probeer ik toch een stukje in zijn mond te stoppen. Hij vraagt of ik soms niet heb geluisterd toen hij zei dat hij geen honger had?
Vlug doe ik een klodder gel op mijn handen en probeer zijn haar nog wat te fatsoeneren, maar nog vlugger trekt hij zijn hoofd weg en zegt dat hij vandaag geen Supergel wil. Ik betrap mezelf erop dat ik mijn plakkerige gelhanden onnadenkend afveeg aan het schone blauwe hemd dat al dagen aan de deur hangt, wachtend om gestreken te worden. Shit.

De traantjes stromen nog over zijn wangen als we toch echt moeten vertrekken. Voorzichtig prop ik zijn Superarm zo ver mogelijk onder zijn jas. Ik probeer hem dicht te doen, maar het gips is te dik en de rits laat zich niet overhalen. Dan niet.
Ik stap de deur uit en trek hem zachtjes achter me aan de straat op.

Als een straatschoffie loopt hij naast me. Zijn oude makkelijke schoenen met klittenbandjes aan, de zool begint al een beetje los te laten. Een veel te grote joggingbroek zwabbert om zijn kleine beentjes, zijn haar waait wild en ongekamd heen en weer boven zijn betraande gezichtje en zijn jas hangt los over zijn schoudertjes.
‘Arm kind’, denk ik bij mezelf, maar ik zeg dat hij eruit ziet als een echte prins. Mama’s mogen soms best een beetje jokken.

Dan duw ik de poort open en speur het schoolplein af op zoek naar zijn juf. Ik hoop dat ik hem zonder al te veel tranen bij haar kan achterlaten. Hij staart verdrietig voor zich uit, totdat een van zijn vriendjes naar ons toe komt. Een grote lach verschijnt op zijn gezichtje en gelijk wurmt hij zijn hand uit de mijne, loopt als een volleerd Superman het schoolplein op en zonder ook maar om te kijken stapt hij trots zijn Superarm (MET bijbehorende superkrachten) showend tussen alle nieuwsgierige kleuters de school binnen.

Advertenties