Ongeïntegreerde allochtoon

Met mijn ogen nog op half zeven stap ik met mijn rechterbeen uit bed. In een zwaai probeer ik mijn dekbed met de bloemenovertrek van Blokker zo netjes mogelijk terug leggen, wat uiteraard mislukt, de helft belandt op de vloer.
Op de tast loop ik naar beneden en zet een kop Nederlandse Douwe Egberts koffie. Uit het linkerkeukenkastje pak ik twee suikerklontjes en laat ze voorzichtig in mijn kopje vallen. Daarna smeer ik mijn Nederlandse brood met Nederlandse pindakaas. Met mijn bordje ga ik aan de tafel zitten. Ik zet mijn televisie aan en zap naar Nederland drie. Het nos-journaal is nog niet begonnen, dus pak ik mijn telefoon, open de internetbrowser, ga naar ad.nl en lees daar het Nederlandse nieuws.
Als ik mijn brood op heb kleed ik mij aan en open de nieuwe tube Zendium tandpasta om mijn tanden te poetsen. Dan ga ik de deur uit, stap in mijn auto en rijd naar mijn Nederlandse vriendin. Onderweg kom ik langs Albert Heijn en ik besluit gauw nog wat Nederlandse Campina melk en Goudse kaas te kopen, ik hoop dat het lekker blijft zo lang buiten de koeling.

Ik stap weer in mijn auto. De radio staat op Q music en het is precies elf uur, tijd voor het nieuws. Als eerst wordt er gesproken over een verkeersongeval op de E313, maar daarna komt een onderzoekster aan het woord die vertelt over allochtonen en het integratieprobleem. Ik steek mijn hand uit naar het dashboardkastje, pak een zout dropje, stop het in mijn mond en kijk eens kritisch naar mezelf.

Ik eet en drink het liefst Nederlandse producten, maar met een Belgische koffiekoek kun je me net zo goed een plezier doen.
Ik kijk het liefst Nederlandse televisie, maar volg ook trouw ‘Topdokters’ op 2Be.
Ik heb vooral Nederlandse vriendinnen, maar de Belgische die ik heb vind ik net zo lief.
Ik kijk dagelijks het Nederlandse journaal, maar lees ook regelmatig een Belgische krant.

En weet je wat? In mijn geval is er niemand die dat erg vind, maar zou je ‘Nederlandse’ veranderen in ‘Marokkaanse’, ‘Turkse’ of ‘Afghaanse’ is het ineens een integratieprobleem.

Ik ben een ongeintegreerde allochtoon, maar dat doet niks af aan het respect dat ik voor de cultuur, tradities, normen en waarden van mijn Belgische medelanders heb, en is dat niet het belangrijkste?

Reactie op: ‘Turken eten Turkse kaas uit Turkse winkel, integratie mislukt.’

Papa ‘past op’..

Lacoste Archives - Designer Studio Store Blog

Maanden terug heb ik het al beloofd en vandaag is het dan eindelijk zover, papa blijft voor het eerst alleen thuis met de kleintjes en ik ga samen met Amber naar de bioscoop.

‘S middags maak ik alvast een lekkere soep en ook de rijst kook ik gaar. Terwijl ik bijna zeker weet dat hij hem niet zal lezen schrijf ik toch een briefje met alle belangrijke dingen die hij zeker niet mag vergeten als ik weg ben;

De blauwe flessen zijn van Baran, de groene van Miran. Als er een onaantrekkelijke lucht om ze heen hangt is het tijd voor een schone luier, de plakkers moeten aan de voorkant. Ze mogen niet met messen spelen en niet tekenen op de muur. Voetballen in huis behoort ook niet tot de mogelijkheden, evenals skeeleren. Kleuren en knutselen gebeurt aan de eettafel en ze mogen elkaar niet slaan, krabben, schoppen of bijten. Als hij Baran naar bed brengt moet hij eerst het linkergordijn in zijn kamertje dichtdoen en daarna pas het rechter, zo doe ik het altijd en het is belangrijk dat hij het precies zo doet. Verder moet hij er aan denken dat hij eerst Mirans schoentjes uittrekt voordat hij hem in bed legt en tot slot moet hij niet vergeten om het nachtlampje van Ferhat aan te doen, terwijl hij mysterieus met zijn armen zwaaiend ‘hokus pokus pilatus pas, ik wou dat hier licht was’ roept.

Ik voel mij best een zeur na al deze belangrijke mededelingen, maar het is van essentieel belang dat ze strikt worden nagevolgd. Tussen neus en lippen door wijs ik hem nog eens op dat superbelangrijke stukje papier.

Terwijl hij de soep en de rijst opwarmt en het vlees bakt, dekt Amber de tafel en geef ik de jongens een schone luier. Ook doe ik ze hun pyama vast aan, ik durf niets aan het toeval over te laten. Na vijf minuten zit iedereen aan tafel en loop ik langs voor een kus. Als ik bij Dilay kom fluistert ze in mijn oor dat het vlees net kauwgom is, ze kan het niet doorslikken. Ik fluister terug dat ze het eens met een klein hapje moet proberen.

Om half zeven zitten Amber en ik in de auto. Er is een leuk liedje op de radio en ik draai het volume ver open. Mijn lieftallige puberdochter vraagt mij of ik dat liedje wel ken. Ik antwoord bevestigend en vraag mij af wat de reden is van deze nieuwsgierigheid. Zoetjes zegt ze dat ze verbaast is dat ik liedjes van deze eeuw luister, daar ben ik toch veel te oud voor?!
Ik dacht dat ik best een hippe, moderne moeder was, maar gauw haalt ze me uit die droom. Volgens haar zegt alleen al het feit dat ik het woord ‘hip’ gebruik, dat ik het niet ben.

We gaan de bioscoop binnen, kopen de kaartjes en zien dat we nog ruim een half uur de tijd hebben. We besluiten iets te gaan drinken in het aangrenzende restaurant. Zij bestelt een ice-t, ik een cola. Na eens om ons heen gekeken te hebben zien we dat we de enige gasten onder de 65 jaar zijn en gauw drinken we ons glas leeg, geven de ober een kleine tip en gaan weer richting bioscoop.

Ik vraag of ze haar telefoon pakt en een selfie maakt van ons, leuk! Hele dagen maakt ze selfies. In de stad, op school, in de winkel, overal, maar nu ik het vraag twijfelt ze en vraagt of het echt nodig is. Ik vind van wel en druk om zich heen kijkend neemt ze me mee naar een onzichtbaar hoekje achterin de gang en zegt dat we die foto gauw moeten maken voordat er iemand komt. Nog voor ik goed en wel naast haar sta is de selfie al gemaakt en verdwijnt de telefoon in haar zak. Ik hoop dat de foto een beetje leuk is, maar ik ben er bang voor.

We kopen chips en drinken, gaan de zaal binnen en nemen plaats in de middelste rij.  We kletsen over alles wat belangrijk is als je dertien bent; nagellak, school, schoenen en tassen, vriendinnen, kapsels en meer van dat soort wereldproblemen. Ik geniet van deze tijd samen, maar veel te snel verschijnt de film op het witte doek.

Als de film is afgelopen kletsen we nog wat na en stappen in de auto.
Thuis steek ik mijn blauwe sleutel in het slot van de witte voordeur met ondefinieerbare zwarte vlekken en draai de sleutel een kwartslag naar rechts. Bang voor wat ik zal aantreffen houd ik mijn adem in en duw de deur langzaam open.

Ik gluur om het hoekje en even denk ik dat ik zojuist het verkeerde huis ben binnen gestapt. De eettafel is afgeruimd en de vieze vaat is zelfs al in de vaatwasmachine gezet, de overgebleven soep staat keurig afgedekt in de koelkast, al het speelgoed zit in de daarvoor bestemde bakken, de kinderen liggen keurig in hun eigen bed en de jongens zijn zelfs al in diepe slaap, de kussens liggen netjes op de juiste plek op de bank en zelfs de schoenen staan perfect naast elkaar in een rij in de gang.

Ik hang mijn jas op, zet mijn schoenen netjes naast de andere schoenen in de gang, ga de woonkamer binnen en geef hem een vluchtige kus op zijn wang. Ik schaam me dat ik hem zo heb onderschat. Oke, hij heeft Ferhats lamp niet ‘aan getoverd’ en hij weet ook niet zeker welk gordijntje hij als eerst heeft gesloten in Barans kamertje, maar het huis staat nog overeind en iedereen ligt schoon en met een volle buik in bed. Papa kan dat ook!

 

Rimpels en geluk

C__Data_Users_DefApps_Windows Phone_AppData_INTERNETEXPLORER_Temp_Saved Images_babyhand

In kleermakerszit zit ik op de nieuwe laminaatvloer in het kleine zolderkamertje. Voor mij staat een zwarte Ikea bak, vol met oude foto’s en andere herinneringen. Een voor een graai ik de foto’s eruit. Een foto van mijzelf passeert, hij is genomen op een terras in Bodrum. Vol heimwee denk ik terug, wat een geweldige tijd was dat. Mijn grootste zorgpunt was welke kleren ik die dag aan zou trekken en welke schoenen daar het best bij pastten. Ik bekijk mezelf in de grote spiegel aan de muur en zie dat de jaren me geen goed hebben gedaan. Rimpels, wallen, grijze haren en vele kilo’s zijn erbij gekomen. Het valt de kinderen ook op, gister vroeg Dilay nog of ik soms een pluk haar wit had geverfd. Euh, ja?

De volgende foto is er een van Serkan. Een knappe, jonge barman kijkt speels met grote bruine ogen in de camera. Zijn huid is egaal bruin gebrand door de hete zon en zijn krullen dansen aantrekkelijk om zijn symmetrische gezicht. Ik zie dat de tijd hem ook niet met rust heeft gelaten. Zijn strakke wasbordje is inmiddels een heuse buik geworden. Tussen zijn dikke zwarte haar steken vele grijze haartjes, die ik bij hem, in tegenstelling tot bij mezelf, superaantrekkelijk vind. In zijn gezicht is hij niet heel veel ouder geworden, wel mannelijker en als hij een klein stoppelbaardje heeft smelt ik nog altijd weg, na al die jaren krijg ik nog altijd kriebels in mijn buik van zijn verschijning en vind ik hem nog steeds de knapste, meest sexy man ter wereld.
Jammer dat hij met de tijd ook wat van zijn charme is verloren. Hij draagt vaker een pyamabroek dan een pantalon en een overhemd of stropdas heb ik zelfs al jaren niet meer gezien, maar die hoef ik dus ook niet meer te strijken. Twee keer per dag tanden poetsen vindt hij niet meer zo belangrijk en hij begrijpt niet dat ik zijn scheten niet net zo grappig vind als hij.
Maar eerlijk? Mijn benen kunnen ’s winters ook wel wat vaker een scheerbeurt gebruiken, dat ik bijna net zo hard snurk als hij probeer ik allang niet meer te verbergen en de tijd van urenlang met buikpijn wachten met poepen tot hij op het werk is, ligt ook al ver achter me.

Ik vraag mij af hoe dat over dertig jaar zal zijn. Ik probeer me Serkan in te beelden, dertig jaar ouder en tien kilo zwaarder, een grijze, dun geworden haarbos, een rimpelige ‘oude mensen’ huid en waarschijnlijk ook een bos vol grijze borstharen. Ik kan me niet voorstellen dat ik hem dan nog aantrekkelijk zal vinden en andersom ben ik er zelfs van overtuigd dat hij het niet warm zal krijgen van mij in ‘oude-oma-kostuum’. Vreemd lijkt me dat, of zal dat met je relatie mee groeien en vind ik over dertig jaar zijn kale hoofd en zijn steeds langer wordende neusharen woest aantrekkelijk?

Vlug pak ik een nieuwe foto. Eentje van ons samen, genomen in een hotel in Turkije. We lachen vrolijk in de camera en achter ons glinstert de zon in de zee. Zorgeloos genieten, zwemmen, shoppen en lekker eten was alles wat we deden, elke dag opnieuw. We lagen nachtenlang te praten in bed, over alles wat wel en niet belangrijk was, over zijn en mijn jeugd en over films. Na uren te hebben gekletst vielen we in elkaars armen in slaap, om de ochtend erna uitgerust en vol energie weer wakker te worden.
Tegenwoordig is het bijzonder als we tegelijk naar bed gaan en elkaar vasthouden doen we allang niet meer, hoe meer ruimte, hoe beter de nachtrust, lijkt ons motto. Kletsen in bed? Ha! Als er binnen anderhalve minuut geen serieus oerwoud wordt omgezaagd is dat een wereldwonder, om van uitgerust wakker worden en uitslapen maar niet te spreken, wat is dat?!

Ik neem een briefje in mijn hand. Een handgeschreven briefje met een liefdesverklaring. Een ouderwets, romantisch briefje. Een briefje dat tussen de oude foto’s ligt en de liefde beschrijft tussen twee jonge geliefden.
De handgeschreven briefjes met ‘I love you to the moon and back – I love you too, you mean the world to me’ zijn veranderd in appjes met ‘een pak luiers maat 5, wcpapier en een bruin brood – Ok. Waar is de tijd dat we elkaar dagelijks onze oprechte liefde verklaarden, de tijd dat we ‘wedstrijdje’ deden wie meer van wie hield, ‘ik hou zoveel van jou als de hele wereld – ik hou zoveel van jou als de hele wereld en de sterren – ik hou zoveel van jou als de hele wereld, de sterren en de ruimte’. De liefde is er nog wel, meer zelfs, zoveel als de hele wereld, de sterren, de ruimte en alle planeten, maar het wordt niet meer uitgesproken. Het enig tastbare bewijs van deze woorden is het briefje dat ik vast heb. Ik vraag me af of onze kinderen later ook zulke briefjes gaan schrijven, maar ik ben bang dat whatsapp de handgeschreven briefjes heeft verjaagd. Zonde.

Ik ruim de foto’s op en zet de bak terug in de witte kast. De tijden zijn veranderd, onze relatie is gegroeid en ons leven is verrijkt. Oke, er zijn veel meer zorgen en een topmodel zijn we allang niet meer, maar we hebben er wel wat prachtigs, geweldigs voor terug gekregen; vijf lieve, mooie, ondeugende kinderen die ons elke dag weer laten zien hoe waardevol het leven is, die ons steeds weer laten proeven wat geluk is en die ons dagelijks laten weten hoe belangrijk wij voor ze zijn, ook met grijze haren en een rimpeltje meer. Een leven lang uitslapen en zorgeloos op vakantie gaan, wie wil dat nou?!

Mijn mini stylist

Je haar verven is een hele klus _ Dreamstime

Al weken ligt het pakje te wachten onderin het middelste badkamer kastje. Al evenveel, zo niet meer weken krijg ik van mijn complimenteuze kleuter te horen dat ik zulk mooi geel met grijs haar heb. Zo bijzonder en het staat me zo goed, wordt me meerdere keren per week lief toegefluisterd.

Ik begrijp dat het modebeeld van mijn kleine vriend in niets lijkt op het modebeeld van ’s werelds meest beroemde artiesten en nog minder op dat van bekende stylisten en kappers. Eigenlijk kan ik er gewoon niet meer om heen, ik heb het al veel te lang uitgesteld, het is tijd om mijn haar om te toveren tot een mooie stralende bruine bos, zonder grijze plukken.

Als de hele bende slaapt pak ik het pakje middenbruine haarverf uit het middelste badkamerkastje. Ik trek mijn oudste hempje aan en drapeer zorgvuldig de voor deze taak gereserveerde witte handdoek met bruine en zwarte verfvlekken over mijn schouders, die ik vervolgens met een rode wasknijper onder mijn kin vastklem. Geconcentreerd lees ik de gebruiksaanwijzing en sla zoals altijd het eerste stukje, de allergietest, over. Ik open het flesje en knijp de tube er volledig in leeg, draai het flesje weer dicht en begin te schudden. Ik voel de onderkant van mijn flubberige bovenarmen schokkerig meeschudden en wederom besef ik mij dat het geen overbodige luxe is om eindelijk eens een abbonement bij een sportschool te nemen.

Ik knijp flinke klodders verf in mijn handen en smeer het masserend in mijn weelderige haarbos. Als de tube helemaal leeg is masseer ik de verf nog wat dieper in mijn geelgrijze lokken en dan pak ik een klein, wit, krakend plastic zakje en knoop het zorgvuldig om mijn natte haar. Voor de zekerheid lees ik de gebruiksaanwijzing nog eens door en zie dat de verf twintig minuten in moet trekken. Zoals elke keer vraag ik mij af of ik moet tellen vanaf de eerste pluk of de laatste pluk die in de verf is gezet en zoals iedere keer besluit ik te tellen vanaf het moment dat alle verf in mijn haar zat, dertien voor negen dus. Ik zet de kraan aan en houd mijn rechterhand onder de automatische zeepdispenser. Uitgebreid was ik mijn handen, ik ben vergeten handschoentjes aan te trekken en hoop dat de schade meevalt.

Uiterst charmant ga ik met mijn in plastic gewikkelde haar, pyamabroek en bevlekte cape op de bank zitten. Voorzichtig, want ik wil geen bruine vlekken maken op de witte bank. Het nepleer voelt koud aan tegen mijn halfblote rug en vlug zet ik de verwarming iets hoger.

Als ik weer lekker zit en onbeschaamd keihard meelach met de flauwe, al honderd keer gehoorde grappen van friend Chandler wordt er aan de deur gebeld. Onnadenkend sta ik op en open de voordeur, manlief is vroeg vandaag. Ik werp een blik in de deuropening, zie de buurman staan en besef me ten volle dat hij op zijn minst moet denken dat er marsmannetjes naast hem wonen. Beleefd als altijd laat hij niets merken en vraagt of wij mee willen doen met het geboortecadeautje voor de baby van een andere buurman en zijn vrouw. Nadat ik heb bevestigd draait hij om en doe ik snel de deur dicht, ik weet zeker dat hij, eenmaal uit het zicht, keihard moet lachen.

Inmiddels is het zeven over negen en loop ik naar de badkamer. Ik ga op mijn knieën voor het bad zitten, draai de kraan van de douche open, pak de douchekop en spoel zorgvuldig alle bruine verf uit mijn haar. Dan knijp ik het uit en wikkel er een andere oude handdoek omheen. Ik borstel en fohn mijn haar en werp een blik in de spiegel. Geschrokken kijk ik naar het beeld dat naar mij terugstaart. De hele bovenste rand van mijn voorhoofd is donkerbruin, evenals de helft van mijn oren. In mijn nek zitten grote bruine vlekken en zelfs het puntje van mijn neus is niet gespaard gebleven.

Met een multifunctioneel luierdoekje poets ik zo goed als het kan de viesbruine kleur van mijn huid en na vijf minuten ben ik weer enigszins toonbaar. Ik zie dat het verfflesje een bruinzwarte kring heeft achtergelaten op mijn witte wastafel en pak nagellakremover en alcohol, maar wat ik ook probeer, de wastafel blijft versierd met een mooie zwartbruine circel. Ik kijk of ik mijn nagelriemen enigszins schoon kan krijgen met terpentine. Helaas, ze blijven smerig zwartbruin en ook de vlekken op mijn huid willen niet helemaal weg.
Maar hé, mijn haar straalt je als uit een andrélon reclame tegemoet en dat ook nog in een modebewuste kleur.

Ik zet de verwarming vijf graden lager, draai de voordeur op slot, doe de lampen uit en loop naar boven. Voorzichtig neem ik een kijkje bij mijn slapende monsters en geniet van dit kortdurende rustige moment. Niet veel later stap ik mijn  eigen bed in en denk aan mijn kleine stylist, ik hoop dat hij morgenvroeg bereid is zijn afwijkende modebeeld iets bij te stellen..

Van alle markten thuis

wp_ss_20160318_0004

 

Ik kan luiers verschonen, wasjes draaien, eten koken, schoonmaken, afwassen, .. terwijl ik met mijn grote teen een baby kietel, met mijn scheenbeen een wildebras behoedt voor een harde val van de tafel waar hij eigenlijk niet op mag klimmen en dat allemaal onder het genot van kinderliedjes die ik zing als een nachtegaaltje. Een stervend nachtegaaltje met keelontsteking dan.

Als ik dat allemaal kan, dan kan ik zeker ook auto’s verkopen. Ik bedoel, hoe moeilijk kan het zijn? Je maakt een paar prachtige foto’s van je mooie bolide, schrijft er een nog prachtiger verhaal bij over hoe mooi en speciaal de kleur is, niet zilver, niet grijs, maar zilvergrijs, met glans! Je schrijft hoe heerlijk de stoelen zitten en hoe de spiegel precies goed af te stellen is om de achterbank te bekijken, hoe er talloze handige opbergvakjes zijn voor koekjes, luiers en speelgoed. Ook schrijf je hoe je perfect met je rechterhand bij de in je rug schoppende voeten kunt. Oke, voor de zekerheid zet je er nog wat technische taal van het kentekenbewijs bij, echt waar, er zijn mensen die serieus willen weten wat voor brandstof hij gebruikt en ik heb zelfs de vraag gehad van welk bouwjaar de auto is, kun je het geloven?
Na het stukje onbegrijpelijke getallen en woorden plak je er een leuk prijsje op en gegarandeerd is je auto in no time verkocht.

Eigenlijk werd het me een beetje opgedragen door manlief, ons kleine autootje staat al maanden stil, is meer dan overbodig en ik ben toch bijna de hele dag thuis, wat moet ik anders doen?!

Vol goede moed begin ik met de foto’s. Ik zie dat de mooie zilvergrijze kleur helemaal niet glanst. Sterker nog, het is niet meer zilvergrijs, maar zwartgrijs. Een goede poetsbeurt is hard nodig. Ik ga het huis binnen, roep Ferhat en zoek mijn bril, maar mijn bril is nergens te vinden. Hij ligt niet op de kast, niet op het aanrecht en niet in de gang. Hij ligt zelfs niet in de koelkast deze keer, hij is gewoon echt onvindbaar. Gelukkig heeft Ferhat een goed idee en heb ik mijn bril niet nodig. Ik mag mijn ogen dicht doen, hij zal mijn ogen zijn. Hij zal extra goed opletten en mij vertellen waar de straat is, wanneer er iemand oversteekt of wanneer we moeten afslaan. Na dit goede voorstel stappen we voor het eerst sinds lange tijd weer in de kleine auto en gaan op pad. Voor de zekerheid besluit ik toch mijn ogen open te houden.
Ferhat neemt zijn taak uiterst serieus en zegt mij dat ik de spiegels beter moet afstellen, hij ziet helemaal niets zo, hartstikke gevaarlijk! Ik leg hem uit dat de spiegels anders afstellen juist gevaarlijk is, omdat ik dan niets zie en ik moet rijden. We worden het niet eens en al kibbelend rijden we de wasplaats op. Ferhat gooit een euro in de automaat en we pakken de bezems, borstels, hogedrukspuiten en zeeppistolen. Het lijkt wel een schuimparty, we zitten helemaal onder, maar de zilvergrijze auto glanst weer.

We stappen in en rijden terug naar huis voor de fotoshoot met als middelpunt ons zilvergrijze glanzende maatje. Als een ervaren topmodel poseert hij in elke opgedragen positie. Klep open, klep dicht, deuren open en dicht, wielen opzij om zijn nieuwe banden te showen, niets is hem te gek. Als we klaar zijn plaats ik de foto’s op internet samen met de benodigde informatie en wacht af.

De eerste smsjes komen binnen vijf minuten en zijn teleurstellend. Hoger dan de helft van de vraagprijs wordt er niet geboden. Beleefd antwoord ik elk smsje. Ik bedank voor de interesse, maar geef aan dat ik de geboden prijs te laag vind. Ik begin al spijt te krijgen van dit avontuur en verbied mezelf ooit nog een auto te verkopen.
Dan komen de mailtjes en die zijn ook al niet veel beter.
Ik krijg weer een sms, of het soms euro norm vier is? Ik vraag mezelf af waarom iemand die de auto te duur vindt, blijft smsen. Euro norm vier… Al vraag ik zes keer de waarde in euro’s, dan moet ik dat toch zelf weten? Gaat die irritante betweter mij een beetje vertellen dat de auto vier keer minder waard is. Geirriteerd antwoord ik dat het vijf is en denk in mezelf ‘lekker puh’.

Direct krijg ik een nieuw bericht. Vijf kan niet, vier is het maximum. Hij wil echt graag weten wat de co2 uitstoot is, is het nou euro norm vier of niet?

Oh. Oeps. Ik pak mijn roze/oranje kentekenbewijs en besef me dat ik geen idee heb waar hij het over heeft. Er staat nergens iets over een euro norm, echt helemaal nergens. Beschaamd stuur ik dat ik het niet weet, maar dat hij maar even op de meegestuurde foto van het kentekenbewijs moet kijken. Een minuut later antwoordt hij dat het niet is ingevuld. Hij vindt het jammer, maar gaat verder kijken.

Het is inmiddels vijf uur later en ik krijg nog steeds rode wangen van schaamte als ik eraan terugdenk. Ik beloof mezelf dat ik nooit meer een auto ga verkopen en ik prent mezelf in dat ik in het vervolg niet meer zo vlug moet oordelen, maar eerst door moet vragen wat iemand precies bedoelt. Kattig worden kan altijd nog..