Cultuur: hij was mijn vader

Criminalising forced marriage in the UK_ why it will not help women ___

Met opgeheven hoofd loop ik de kitcherig versierde zaal binnen. Zodra ze mij zien wordt het stil, iedereen stopt met eten en kijkt naar mij, maar ik loop door. Nu is het moment.

April 2002.

Vanuit mijn eenpersoonsbed hoor ik ze beneden praten, mijn vader en mijn broer. De woorden waar ik zo bang voor was, bang voor ben, klinken uit mijn vaders mond; ‘Het is rond’.

De tranen die ik de afgelopen weken angstvallig heb binnengehouden komen nu als een stortvloed naar buiten, het is rond. Binnenkort woon ik niet meer thuis en kan ik niet meer naar school. Binnenkort zal ik een getrouwde vrouw zijn. Meisje eigenlijk, want ik moet nog achttien worden. Ondanks mijn protesten en geschreeuw heeft hij doorgezet, ik zal trouwen met neef Omar en daarna bij hem en zijn moeder gaan wonen, ver van hier. Mijn vriendinnen zal ik niet meer zien. Ik denk aan Roza, mijn lieve kleine zusje. Wat zal ik haar missen, mijn kleine roosje. Ik hoop dat haar over veertien jaar niet hetzelfde lot te wachten staat. Plechtig beloof ik mezelf dat ik alles zal doen om dat te voorkomen. Alles.

Ik hoor een klik. Mijn broer is op aandringen van mijn vader naar boven gekomen en heeft de deur van mijn meisjeskamer op slot gedraaid. Ik laat me op mijn bed vallen, druk mijn gezicht in mijn kussen en huil. Ik huil tot mijn kussen nat is van mijn tranen. Ik huil tot mijn tranen op zijn en dan val ik snikkend in slaap.

Ik schrik wakker van een nare droom en zie op mijn wekker dat het twee uur is. Vlug pak ik mijn schooltas en haal zachtjes al mijn boeken eruit, dan vul ik hem met twee broeken, drie shirts, drie onderbroeken en een bh. Mijn hart gaat tekeer van angst, maar dit is mijn enige alternatief. Geluidloos open ik mijn raam en stap met blote voeten op het platte dak van de keuken. Met beide handen grijp ik de dakgoot vast en laat me voorzichtig tussen de struiken in de voortuin vallen. Ik gris mijn schoenen van de deurmat en dan ren ik de nacht in.

Maart 2016.

Van een oude buurvrouw hoor ik het nieuws. Het nieuws waar ik al veertien jaar bang voor ben, Roza gaat trouwen. Eigenlijk wil ze niet, maar ik moet beloven dat ik tegen niemand zal zeggen dat ik dat van haar heb gehoord.

Vandaag is het verlovingsfeest, in de trouwzaal achter het station. Ik stuur mijn baas een mailtje dat ik morgen niet zal komen werken, stuur mijn vriendin een sms en trek vlug mijn jas en schoenen aan, dan stap ik in mijn nieuwe Mercedes. Veel te snel rijd ik naar de zaal, mijn auto parkeer ik vlakbij de ingang. Mijn hart gaat tekeer, niet van angst deze keer, maar van woede. Woede voor de man die mijn vertrouwen schond toen ik een kwetsbaar en onzeker meisje was, die mijn leven overhoop haalde op het moment dat ik juist stabiliteit nodig had. Woede voor mijn vader, mijn vader die al veertien jaar mijn vader niet meer is.

Ik kijk om me heen, maar op enkele rokende mannen na is er niemand buiten. Zelfverzekerd stap ik de zaal binnen. Ik zie mensen fluisteren, ik weet wat ze zeggen, maar het kan me niets schelen. Ik loop door totdat ik voorin de zaal sta. Mijn vader draait zich om. Als hij mij ziet schrikt hij, dit had hij niet verwacht. Ik kijk langs hem heen, naar de mooie bruid die op de versierde troon zit, Roza. Ze is beeldschoon. Haar haar is opgestoken, ze draagt een prachtige witte jurk en ze is fantastisch opgemaakt. Ze lijkt wel een prinses uit een sprookje, maar ik weet beter. Ik ken haar verdriet, haar angst. Ik weet dat er achter dat masker een gebroken meisje zit. Ik weet het, want ooit was ik haar.

Ik hoor mijn vader tegen me schreeuwen waar ik het lef vandaan haal om hier te komen, om hem zo voor schut te zetten, hoe kan ik, nadat ik veertien jaar geleden zijn eer ten schande heb gemaakt.
Zonder hem aan te kijken roep ik terug. De woorden spuwen uit mijn mond; ‘Welke eer? De eer die je verloren bent toen je mij tegen mijn zin wilde uithuwelijken, of de eer die je verloor toen je bij Roza dezelfde fout maakte?’

Op dat moment voel ik een warme straal langs mijn slaap naar beneden lopen. Ik steek mijn hand uit en voel eraan. Als ik mijn hand terugtrek zie ik dat het bloed is, veel bloed. Mijn shirt kleurt langzaam rood en druppels vallen op de grond. Ik draai me om en zie hem staan, mijn vader. In zijn hand houdt hij het kleine zilveren pistool vast, het pistool dat ik herken van vroeger, het pistool dat altijd onder de bank verstopt lag om ons te beschermen als dat nodig zou zijn. De ironie.

Terwijl ik langzaam door mijn benen zak zie ik dat Roza in alle commotie ongezien de deur uitglipt. Ik weet dat ze buiten wordt opgevangen door mijn vriendin. De vriendin die veertien jaar geleden voor mij klaarstond, die mij onderdak bood, mij beschermde en voor mij zorgde als een moeder. Ik weet dat ze deze keer hetzelfde zal doen voor Roza, mijn kleine roosje. Een intens gevoel van geluk omarmt mij, ik heb mijn belofte waargemaakt, Roza is vrij.

Mijn stem tegen onderdrukking op welke manier dan ook.
Voor hen die dit hebben doorstaan of zullen doorstaan. Voor hen die hun stem kwijt zijn.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s