Alles, maar toch niets

Op haar blote voeten loopt ze door de modder. Samen met een van haar zussen speelt ze met stokken en steentjes. Ze heeft honger, maar ze weet dat er vandaag niets meer te eten is. Ze heeft niets, maar toch is ze gelukkig. Ze heeft een vader en een moeder, broers en zussen. Ze heeft vriendjes en vriendinnetjes en ze wil naar school, als ze groot is wil ze graag dokter worden, zodat ze de zieke mensen in haar dorp kan genezen. Ze heeft mooie dromen, dromen over een gelukkige toekomst. Ze heeft niets, maar toch heeft ze alles. Nog wel.

Met messen en geweren stormen ze haar dorp binnen, haar vader heeft haar nog net op tijd kunnen verstoppen achter het geheime luikje naast de deur. Er zitten kieren in het luikje waardoor ze precies kan zien hoe haar vader wordt doodgeschoten. Ze krimpt ineen en slaat een hand voor haar mond, tranen wellen in haar ogen, maar ze mag geen geluid maken.
Ze knijpt haar ogen dicht en stopt haar vingers in haar oren om maar zo min mogelijk mee te krijgen van het gegil en de schoten om haar heen. Als het eindelijk stil is duurt het nog uren voor ze uit haar schuilplek durft te komen.
Ze stapt om haar vader heen en gaat op zoek naar haar moeder, broers en zussen. Haar broers zijn doodgeschoten, net als haar vader. Van een buurvrouw hoort ze dat haar moeder en zussen zijn meegenomen, ze is helemaal alleen achter gebleven.
Met de buurvrouw vlucht ze mee. Weg van haar huis, waar niemand meer is om voor haar te zorgen. Weg van haar dorp met alle nare herinneringen. Weg van haar land waar ze niet veilig is en waar niemand haar onder zijn hoede neemt.

Na een zware, lange reis is ze aan gekomen in een vluchtelingenkamp in Nederland. Haar buurvrouw is ze onderweg kwijtgeraakt, de enige foto die ze nog van haar moeder heeft is vervaagd.

Ze wordt in een pleeghuis geplaatst en gaat naar school. Ze krijgt genoeg te eten, ze draagt leuke kleren en ze heeft een telefoon, maar ze is ongelukkig. Ze is alleen. Alleen met haar zorgen, alleen met haar angsten en alleen met haar verdriet. Als ze kon zou ze alles wat ze nu heeft omruilen voor het niets dat ze had. Het niets dat alles was, het niets dat geluk betekende.
Ze heeft nu alles, maar toch heeft ze niets.

Voor een ieder die vluchtelingen gelukszoekers noemt, ga je schamen.
Voor een ieder die vindt dat ze moeten oprotten naar hun eigen land, ga je schamen.
Voor een ieder die zegt dat het allemaal ratten zijn, ga je schamen.
Voor een ieder die zegt dat we geen plek hebben voor die vuile baanpikkers, ga je schamen.

Het zijn mensen, net als jij en ik, alleen hebben wij geluk gehad met de plek waar we zijn geboren. Dat geluk dat jij als vanzelfsprekend beschouwt en waar je niets voor hebt hoeven doen, daar hebben zij de meest verschrikkelijke opofferingen voor moeten doen en dan nog komt het niet eens in de buurt van een fractie van het geluk dat jou in je schoot is geworpen op het moment dat je hier voor het eerst je ogen opende.

En ja, ik ben ook bang.
Bang voor ‘wat’ er meereist met de stroom vluchtelingen.
Bang voor ‘wat’ zich verschuilt tussen de menigte.
Bang voor een ieder die niet oprecht is en hier komt met de verkeerde redenen.

We zijn allemaal bang, maar we zijn het verplicht aan oprechte mensen zoals zij om onze menselijkheid boven onze angst te zetten.
We zijn het verplicht aan oprechte mensen zoals zij om ons niet te laten leiden door de vrees van het onbekende.
We zijn het verplicht aan oprechte mensen zoals zij om een ieder de kans te geven op een veilig bestaan.

Wees niet zo egoistisch en ben bereid om je geluk te delen met hen die niks hebben, al is het maar een klein beetje, want uiteindelijk zijn we allemaal mensen.

Advertenties

2 gedachtes over “Alles, maar toch niets

  1. Wat prachtig…. Ik spreek ze vaak bij ons in het dorp. Het zijn allemaal mensen zoals jij en ik. Nu treft het hen, misschien treft het ons ook ooit weer, zoals het ons de vorige eeuw getroffen heeft. Zijn zoveel dat vergeten? Ik heb onze babyspulletjes in de herfst aan ze gegeven. Ik hoop dat ze er wat aan hebben. Met een kaartje en een knuffelbeer. Ik heb toen gehuild.
    En…ik ben niet bang. Als ik al bang zou zijn, zou ik het zijn van de mensen die zulke agressieve uitlatingen kunnen doen richting gevluchte kinderen… Dat vind ik veel enger. Dank je voor dit mooie stuk!
    Heel veel liefs van een ‘impressed’ Gansje xxx

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s