Het is ook nooit goed

wp_ss_20160315_0002

Het is bijna 9 uur. Auto’s rijden al een tijdje door de straat en ik heb zelfs vogels horen fluiten op deze koude ochtend in Maart. Ik zit al drie uur met de dekens over mijn hoofd op mijn telefoon, want het lampje zou Baran maar wekken..

Elke nacht is het hier feest en om de rest van het gezin te sparen, slapen Baran en ik vaak beneden. Hij in zijn koninklijke box, ik op de versleten bank.

Zo ook vannacht. Nadat ik ruim een half uur heb geslapen, hoor ik vanuit de box een zacht en lief ‘mama, zou ik alsjealsjealsjeblieeeeeft een flesje mogen?’. Nee hoor, er klinkt een oorverdovende oerkreet, gevolgd door het geluid van een brullende hyena die zijn staart is verloren in een houtversnipperaar. Niet dat ik ooit een hyena zijn staart heb zien verliezen in een houtversnipperaar, of uberhaupt een hyena heb horen brullen, maar als een hyena zijn staart zou verliezen in een houtversnipperaar, weet ik zeker dat dat zo zou klinken.
Goed, ik pak mijn lieftallige ‘bijna-niet-meer-babytje’ uit zijn warme bedje en samen liggen we neus aan neus in mijn luxueuze kingsize bed. Hij tevreden lurkend aan een flesje, ik vechtend om mijn ogen open te houden. Zeven minuten en vierenveertig seconden later is het flesje leeg en leg ik meneer weer in zijn bedje.

Vrijwel direct val ik in slaap, om om 3.15 uur wakker te worden van mijn lieve man die uit zijn werk komt. Zoals gewoonlijk vertrek ik naar boven al mompelend dat ik weer op de bank kruip wanneer hij naar bed gaat.

Ik schrik wakker. Hoe laat zal het zijn? Is hij nu nog niet naar bed gegaan? Ik besluit een kijkje te gaan nemen en sluip traptredentellend (de vierde, zevende en laatste twee treden kraken en ik wil natuurlijk niet dat een van mijn andere lieftallige monsters wakker wordt) naar beneden om te constateren dat er geen licht brandt en beide heren in diepe slaap zijn.

Terugtellend loop ik terug naar boven en kruip in bed. Ik knijp mijn ogen dicht, maar kom niet in slaap. Ik luister onbewust naar elk geluidje dat ik hoor. Twee autodeuren worden zachtjes dichtgeslagen verderop in de straat, wat betekent dat het inmiddels 5.37 uur is. Ik wacht op de snelle voetstappen over de stoep van de buurvrouw drie huizen verderop, ze is laat vandaag (ik ben na maandenlange training zo ervaren dat ik precies weet welk geluid waar vandaan komt, wie het veroorzaakt en hoe laat het is).
Om precies 6.05 uur besluit ik naar beneden te gaan. Het kan niet dat Baran nog slaapt, hij heeft immers gezworen mij elk uur even wakker te maken om me eraan te herinneren dat hij degene is die bepaalt wat er gebeurt en wanneer ik mag slapen (plassen, douchen, eten koken en zelfs hoesten).
Eenmaal beneden zie ik het liefste wat ik ooit heb gezien. Mijn grootste en mijn kleinste man liggen samen op de bank. Ze lijken wel samengesmolten. Ze geven een orkest, de een snurkt nog harder dan de ander en ik zie een glimlach rond hun lippen.
Na enkele seconden te staren rammel ik de volwassen variant wakker en vraag hem wat hij aan het doen is. Ik lig al een hele tijd wakker, omdat ik het zielig vind als hij na zijn lange werkdag ’s nachts ook nog met Baran bezig moet zijn. Ik ben zeker vijf keer voor niets wakker geworden om te luisteren of hij nog sliep. Ik heb nog nooit zo slecht geslapen omdat hij… Wacht, wat zegt hij nu, wilde hij mij eens lekker laten slapen en de zorg voor Baran op zich nemen afgelopen nacht? Hij staat op, legt Baran in de box en gaat terug naar boven, al mompelend dat het ook nooit goed is.
Ik kruip op mijn bank en bedenk me dat hij gelijk heeft. Een goed voornemen is geboren: Meer waardering voor mijn wederhelft.

Ik kruip met mijn telefoon onder de dekens, want langer dan vijf minuten slaap wordt me waarschijnlijk toch niet gegund. Verdiept in de tekst op dat kleine schermpje hoor ik een stem van boven roepen en zie dat het inmiddels 8.30 uur is. Eerst heel vrolijk, later iets voorzichtiger. ‘Mama!! Mama!! Loooo, mama!!’. Het is even stil, maar dan hoor ik een zacht en vragend ‘Mama?’ en besluit ik naar boven te gaan. Daar staat Miran in zijn bedje. Zijn oogjes beginnen te stralen als hij mij ziet en hij opent zijn armpjes om te worden opgetild. ‘Mama? Poep!’.

Het is nu precies 9 uur. Ik ben al twee poepluiers, vier snottebellen en een bak koffie verder en er klinkt nog steeds een zacht gesnurk uit de box. Heb ik mijzelf dus mooi een goede nachtrust ontnomen, zucht.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s